Kerstkindje met blikschade…

18 december 2014
admin

De voorbereidingFB49 1994nachtvluchten voor een huiselijke kerstmaaltijd zijn deze gure tweede kerstdag in volle gang als om 16.00 uur de pieper gaat. Wetende dat er, zeker met kerst, niet gevloekt dient te worden, druk ik, ingehouden verwensingen mompelend, de pieper in en kijk op de display: code 113, gevolgd door het telefoonnummer van de WingOps. Balend bel ik naar de vliegbasis. Ik krijg te horen dat het gaat om een complicatie bij een bevalling op Vlieland. “Met dit weer?” vraag ik, maar men verzekert mij dat het mogelijk is.

Proberend het positieve van mijn werk te zien, roep ik naar de afwachtende gezinsleden dat ik een kerstkindje moet vervoeren, pak mijn jas en loop naar buiten, de inmiddels prachtig gedekte tafel en heerlijke, uit de keuken komende geuren, achter me latend. “Kijk je uit?” roept mijn vrouw nog en wèg ben ik, en wèg kerstdiner…

Buiten sneeuwt het licht. De wegen in de woonwijk zijn als een spiegel zo glad; eerst ijzel en nu sneeuw er overheen. Eenmaal op de snelweg naar Leeuwarden is het rijden geen probleem. Zo snel als verantwoord spoed ik me naar de vliegbasis. Overal is flink gestrooid, behalve vanaf de hoofdingang van de basis. Aan het eind van de lange toegangsweg probeer ik de bocht in te sturen; mijn auto doet van alles behalve de bocht nemen die ik wil. Het rood-witte schrikhek nadert erg snel en ik kan het niet meer ontwijken. Met een flinke vaart knal ik er tegenaan…

Beduusd stap ik uit: het hek is kapot, evenals mijn voorbumper, gril, koplamp en richtingaanwijzer. Nadat ik de auto los van het hek heb gemanoeuvreerd, leg ik het laatste stukje naar de hangaar af. Nu vloekend, kerst of geen kerst, betreed ik het gebouw en trek mijn uitrusting aan. In korte woorden vertel ik de anderen wat mij net is overkomen. Dan blijkt dat ook een van de andere bemanningsleden is geslipt, geheel in het rond, maar niks heeft geraakt!  Als laatste komt de verpleger binnen en zegt bijdehand: “Volgens mij heeft er net iemand tegen een hek aangezeten; er staan verse sporen…”

Grommend loop ik naar een telefoon, de anderen grinnikend achterlatend. Toch nog met enig plichtbesef bel ik vlug de LB (bewaking PS)en de Marechaussee op, om het voorval te melden en dat ik bij terugkomst van de vlucht een en ander zal afhandelen. Vijfendertig minuten na de melding zijn we in de lucht, richting Vlieland.  Het weer is slecht, maar omdat het nog net voor het invallen van de duisternis is, kan nog op de rand van de limieten(!) gevlogen worden. Na een kwartier zetten we de landing in op de zo ons vertrouwde landingsplaats op de oostpunt; het is inmiddels donker en de landingslampen branden al, automatisch ontstoken door de WingOps van de vliegbasis door middel van een 06-telefoonnummer. Nadat ik de schuifdeuren van de cabine heb opengemaakt, lopen de verpleger en de arts naar de al wachtende ambulance om zich te melden bij huisarts, dokter Deen. Routinematig trek ik de lege brancard uit onze heli en zet hem, veilig weg van de rotordownwash, tegen de hangaar zodat straks wanneer we zijn vertrokken het ambulancepersoneel deze in de auto kan doen. Na een korte inspectie van de inmiddels in zacht rood licht gehulde cabine, loop ik naar de ambulance om me te ontfermen over de (mogelijk) aanstaande vader. In nog geen vijf minuten zijn we weer klaar om te vertrekken. Bij de, nog jonge, aanstaande moeder blijkt de bevalling niet door te zetten; ze is volledig uitgeput. Tien minuten later landen we bij Oranjeoord in Harlingen. Professioneel wordt het echtpaar overgedragen aan het wachtende ziekenhuispersoneel. In het pikkedonker vliegen we naar de vliegbasis. Gelukkig is het opgehouden met sneeuwen. Na de landing worden door de andere bemanningsleden nog gekscherende opmerkingen gemaakt over mijn auto. Eenmaal de heli klaar voor een volgende uitruk, vertrek ik naar de Brigade van de Marechaussee in Leeuwarden. Nadat ik daar een proces-verbaal heb laten opmaken, rij ik naar huis. Het is inmiddels 19.00 uur. Er zal wel eten op me wachten, maar anders dan ik me had voorgesteld…

Diezelfde avond nog bracht de jonge vrouw een wolk van een baby op de wereld; vlucht no. 2.317 werd inderdaad een kerstkindje. Het huiselijk diner was met kunst en vliegwerk van mijn vrouw uitgesteld totdat ik thuis kwam! Hoe lekker het ook was, er zat wel een smaakje van blikschade aan…

(uit: “Boven de Wadden, dag en nacht…” door P.L. Schram)

No comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *